Het Oude Egypte

Delen is lief!

Voor dit korte verhaal heeft ‘school’ toch weer als inspiratiebron gediend. Daarnaast heb ik er een flinke dosis fantasie ingestopt. Welk verhaal uit deze combinatie gekomen is, moet je zelf maar gaan lezen. Ga je mee naar het Oude Egypte?

Het Oude Egypte

Jelle ligt op zijn bed en staart voor zich uit. Hij denkt aan de geschiedenistoets die hij morgen heeft. De afgelopen weken hebben ze het op school over het Oude Egypte gehad. Geschiedenis is alleen niet echt zijn lievelingsvak, dus heeft hij niet altijd even goed opgelet. Hij vreest dat hij morgen door de mand valt.

Met tegenzin gaat Jelle de volgende morgen naar school. De stiekeme hoop dat de juf de toets misschien wel vergeten is, wordt gelijk de grond in geboord. Niet dat hij dit ook écht had verwacht, maar toch… Het rooster staat op het bord en daar staat het zwart-op-wit, of eigenlijk zwart-op-groen, ‘geschiedenistoets’. Balen!

De toets

‘Als je klaar bent met de toets, ga je in je biebboek lezen,’ zegt de juf nadat ze de vragen van de toets met de klas heeft doorgenomen.

‘Pfffff!’ Een diepe zucht klinkt door de klas en iedereen kijkt naar Jelle. Met een rood gezicht buigt hij zich snel over zijn toetsblaadje.

‘Jullie mogen beginnen. Succes!’ moedigt de juf de kinderen aan. Gelukkig kijkt niemand meer naar Jelle.

Jelles ogen dwalen over het toetsblad, maar zien alleen maar vage vlekken. Hij heeft een black-out! Hij weet helemaal niks meer.

Zie je wel, denkt hij bij zichzelf, ik kan het toch niet. Hij vlucht naar de wc. Terwijl hij op de gang loopt, valt zijn oog op een geschiedenisboek dat op de tafel ligt. Zal hij? Zal hij toch éven kijken? Vanuit de klas is hij niet te zien. De verleiding is te groot. Jelle pakt het geschiedenisboek.

Sfinx uit het Oude Egypte

Wat gebeurt er?

Het voelt alsof iemand hard aan zijn armen trekt en de wereld om hem heen begint te draaien. Steeds harder en harder… Tot hij niets meer ziet…

Een fel licht schijnt in Jelles ogen en hij moet er flink van knipperen. Voordat hij kan zien wat het felle licht veroorzaakt, voelt hij het al. De hete zonnestralen schijnen op zijn gezicht en hij voelt de zweetdruppels al op zijn voorhoofd parelen.

Maar dát is vreemd! Toen hij vanmorgen zijn gordijnen open deed, zag hij een sombere, donkere lucht. Het weerbericht voorspelde dat het nat en koud zou worden. Zijn moeder had hem zijn regenjas mee laten nemen naar school. Maar nu heeft hij het opeens heel erg warm. Er klopt iets niet!

Waar is hij?

‘Wauw!’ roept Jelle wanneer zijn ogen eenmaal aan het felle licht gewend zijn. Net was hij nog op school aan het vluchten voor de geschiedenistoets en nu staat hij met zijn voeten in het warme zand, in de brandende zon. En alsof dat nog niet genoeg is, ziet hij even verderop twee piramides in de woestijn staan. Die piramides heeft hij gisteren nog op zijn oefenblad gezien, maar nu staat hij zo dichtbij dat hij ze zou kunnen aanraken. Maar het meest wonderbaarlijkst van alles, is dat hij een heleboel Egyptenaren ziet, die aan het slepen zijn met enorme blokken steen. Naast de twee piramides staat er namelijk eentje die nog niet helemaal af is…

Het Oude Egypte

Nee, dat kán niet! Jelle wrijft in zijn ogen en kijkt dan nog eens. Een viertal Egyptenaren is druk bezig een groot blok met behulp van rollers te verplaatsen richting de piramide in aanbouw. Jelle hapt naar adem. Hij ziet het dus toch goed. Hij is teruggegaan in de tijd en terecht gekomen in de tijd van de oude Egyptenaren!

Jelle kijkt eerst naar de Egyptenaren, gekleed in dunne, linnen gewaden, en dan naar zijn eigen spijkerbroek. Als ze hem zien, valt hij enorm op en wie weet wat er dan gebeurt.

‘Ik moet mij vermommen,’ mompelt Jelle hardop. Hij tuurt om zich heen en ziet, naast een grote steen, een linnen doek liggen. Hij loopt erheen en pakt het op, in de hoop er zijn spijkerbroek mee te kunnen verbergen. Jelle stroopt de pijpen van zijn spijkerbroek omhoog tot net onder zijn knieën en wikkelt de linnen doek om zijn benen heen. Het ziet er niet helemaal hetzelfde uit als de gewaden die de Egyptenaren dragen, maar hij valt in ieder geval iets minder op.

Op onderzoek uit

Onder een soort afdakje staat een houten tafel. Twee mannen staan voorovergebogen over iets dat op tafel ligt. Ze spreken met elkaar in een taal die Jelle niet kan verstaan. Na iets dat op een verhitte discussie lijkt, stappen de mannen richting het bouwwerk. Jelle is nieuwsgierig geworden. Hij sluipt stilletjes naar de tafel en ziet dan een stuk papier erop liggen. Papyrus, zegt een stemmetje in zijn hoofd. Op het papyrus staan diverse tekeningetjes afgebeeld.

Hiërogliefen uit het Oude Egypte

Die ken ik, denkt Jelle, dat zijn hiërogliefen. Al die kleine plaatjes bij elkaar, vertellen een verhaal. Vaag herinnert hij zich dat de juf hierover heeft verteld en dat deze hiërogliefen klanken voorstellen. Hij vraagt zich af wat er op het papyrus staat, maar dat kan hij natuurlijk nooit ontcijferen. Snel stopt hij het papier in zijn broekzak. Misschien kan hij het thuis ontdekken…

Thuis! Jelle raakt in paniek! Hij denkt aan thuis en vooral aan hoe hij weer thuis moet komen. Hij heeft echt geen idee wat hij moet doen. Het laatste wat hij nog weet, is dat hij een geschiedenisboek vastpakte. Dat boek moet als een soort tijdmachine hebben gewerkt. Maar het lijkt hem sterk dat hier nog zo’n boek rondslingert.

Hoe moet hij weer terug naar huis?

Jelle loopt een beetje rond, in de hoop een ‘tijdmachine’ te vinden, die hem zou kunnen helpen. Hij komt steeds dichter bij de piramide. Ondertussen let Jelle goed op dat hij niet één of andere Egyptenaar tegen het zweterige lijf loopt.

Iets in zijn ooghoek trekt Jelles aandacht. Vol verbazing ziet hij een geschiedenisboek in het zand liggen. Waarschijnlijk hetzelfde boek dat hem hier heeft gebracht.

YES! Juicht Jelle in zichzelf. Dit is zijn kans! Als het boek hem écht hier naartoe heeft gebracht, dan zal het hem hopelijk ook weer terug naar zijn tijd kunnen sturen.

Tussen Jelle en het geschiedenisboek staat een groepje Egyptenaren die de bouw van de piramide scherp in de gaten houdt. Ze zien eruit als belangrijke mannen. Jelle moet bij het boek zien te komen, voordat deze mannen hem zien. Hij vreest dat zij gelijk zullen merken dat hij anders is. Stapje voor stapje schuifelt Jelle dichterbij, terwijl hij probeert te schuilen achter de verschillende blokken steen. Het lijkt te lukken…

Hij is er bijna

Maar dan gebeurt het! Achter hem hoort hij opeens geschreeuw. Snel kijkt hij achterom en ziet een paar mannen naar hem wijzen. Hij heeft geen tijd te verliezen! Hij sprint naar de plek waar het geschiedenisboek ligt. Een andere Egyptenaar heeft het geschreeuw gehoord en verspert hem de weg. Zodra Jelle vlak bij de man is, versnelt hij en springt behendig over het uitgestrekte been van de man heen. Gelukt! Hij is de man voorbij. Jelle duikt naar het boek…

Auw! Met een harde klap valt Jelle op de grond met het geschiedenisboek nog in zijn handen. Het is niet het zachte zand dat de val breekt, maar de harde vloer van de gang buiten het klaslokaal. Hij wrijft over zijn pijnlijke knieën. Tot zijn verbazing heeft hij de linnen doek nog om en valt er zand op de grond.

Jelle voelt in zijn broekzak en begint te lachen. Niet alleen de linnen doek en het zand, maar ook het papyrus heeft de reis door de tijd overleefd. Wat zullen die Egyptenaren raar opkijken als ze zien dat het verdwenen is!

Papyrus uit het Oude Egypte

De toets over het Oude Egypte

Jelle stapt de klas in en ziet dat de kinderen nog druk bezig zijn met de toets. Hij gaat achter zijn tafel zitten en kijkt opnieuw naar het toetsblad. Jelle ziet geen vage vlekken meer, maar toetsvragen. Hij leest de vraag over de hiërogliefen; ‘Wat zijn hiërogliefen?’ en denkt aan het papier dat verstopt zit in zijn broek. Met gemak schrijft hij het goede antwoord op; pictogrammen die bepaalde klanken voorstellen.

De vraag over de kleding, doet hem innerlijk lachen. De linnen doek heeft hij net snel in zijn rugzak gestopt om er geen vragen over te krijgen. Ook weet hij de andere vragen te beantwoorden. De black-out is weg. Fijn!

Hoe het afloopt…

De volgende dag komt Jelle weer op school. De juf heeft de toets nagekeken. De laatste vraag was een soort bonusvraag. Hierbij moest je een situatie uit het dagelijks leven van de Egyptenaren omschrijven. Jelle had uitvoerig opgeschreven hoe de piramides werden gebouwd. De juf vond dat Jelle dit heel goed had gedaan.

Jelle glimlacht bij zichzelf. Ze moest eens weten…

Piramides van het Oude Egypte

Wil je nog meer leuke kinderverhalen lezen over het Oude Egypte? Lees dan het boek ‘Het land van de farao’s‘. Het hoort bij een hele leuke serie boeken; vol verhalen over bijvoorbeeld verschillende periodes (geschiedenis) of plekken op de aarde (aardrijkskunde). Wie weet lees je hierover nog eens iets meer in één van mijn boekrecensies…

Je kunt hier nog meer korte verhalen vinden.

Volg je mij al via Facebook, Instagram en Twitter?

Boeken algemeen

Delen is lief!

Related Post